‘Humanitas en mijn maatje Patrick vrolijken mij op. Ze maken een groot verschil voor mij.’
Toen de vrouw van John overleed, raakte hij behoorlijk in de put. ‘Wij deden altijd alles samen. Maar toen ik haar kwijtraakte, was het in huis helemaal stil. Ik zat maar op de bank, deed niks en zag niemand meer. Alleen mijn collega’s van Pro-bezorgd heb ik nog. Mijn werk doe ik met plezier. Maar als ik dan thuiskom praten die vier muren niet tegen mij. Mijn dokter zei tegen me: Probeer tussen de mensen te komen. Maar ja…hoe doe ik dat? ’

Mensen vooruithelpen
In Alkmaar wordt er van alles gedaan om eenzaamheid te verminderen of te voorkomen. Humanitas zet bijvoorbeeld het Maatjesproject, de AZ-maatjes en ontmoetingsmarkten in. Daarnaast wordt er samengewerkt met andere organisaties. Zij weten Humanitas te vinden als ze iemand tegenkomen die eenzaam is en een steuntje in de rug kan gebruiken.
Daphne van Humanitas knoopten deze mogelijkheden allemaal aan elkaar om John te helpen.
Patrick is sinds kort vrijwilliger bij Humanitas. ‘Ik had me opgegeven voor de AZ-maatjes en zo leerde ik Humanitas kennen. ‘Ik vond het dankbaar werk en wilde wel meer vrijwilligerswerk doen. Het maatjesproject paste goed bij me en zo werd ik maatje van John. Ik kan me goed vinden in de visie van Humanitas. Het geeft me een fijn gevoel om iets te betekenen voor een ander.’

Maatjes
John en Patrick gaan samen naar de AZ-thuiswedstrijden. John keek altijd al voetbal op tv en wist niet wat hem overkwam toen hij in het stadion zat. Hij glundert van oor tot oor als hij erover vertelt. ‘Ik geniet voluit als ik daar in het echte stadion zit. Ik heb iets om naar uit te kijken én als ik thuiskom heb ik een big smile. Ik zou mijn hele leven wel een AZ-maatje willen hebben.’

Als AZ uit speelt gaan John en Patrick meestal wat anders doen in het weekend. 
Patrick: ‘We proberen wekelijks af te spreken. Dan gaan we naar buiten om te wandelen of we doen een spelletje of maken iets.’ 
John vult aan: ‘Hij is niet alleen een gezellig maatje, maar hij is ook heel handig.’
Ook doordeweeks bellen ze nog een keer met elkaar.

Nieuwe kleren
Daphne werd benaderd door de eigenaar van een kledingzaak. Hij wilde af en toe iets goed doen. Of zij iemand wist die wat nieuwe kleding kon gebruiken?
Daphne: ‘Ik dacht meteen aan John. Ze hebben hem helemaal in het nieuw gestoken.’
John: ‘Ik vond het geweldig. Ik wist niet wat ik zag toen ik in de spiegel keek.’
Daphne vroeg John om naar de ontmoetingsmarkt te komen en zo maakte hij kennis met buurthuis Oud Overdie. Daar zag hij dat er ook gedart werd en nu gaat hij daar wekelijks heen om te darten. Soms eet hij ook mee met gezamenlijke maaltijd. ‘Maar niet altijd, want ik moet ook op mijn centjes letten.’

Zij zien me staan
Daphne benadrukt dat vrijwilliger Patrick en zij samen John gesteund hebben, maar dat hij het zélf heeft gedaan. ‘Je bent er zelf op af gegaan en jij hebt die stappen genomen. Toen ik je leerde kennen, zo’n negen maanden terug, was je een hele andere man dan de John die we nu zien. Het kostte je toen heel veel moeite om vooruit te komen. Maar nu ga je naar van alles toe en gaat het veel beter met je.’
John beaamt dat van harte: ‘Humanitas helpt mensen weer goed vooruit. Mijn dank is heel erg groot. Zonder Humanitas had ik Patrick niet gekend en waar had ik dan gezeten? Ik had geen vertrouwen meer in de mensen. Nu heb ik dat weer wel. Ze zeggen dat het leven doorgaat. Ik heb mezelf aangepakt en Patrick en Daphne zagen mij staan. Ik ben honderd procent dankbaar dat ik deze twee heb leren kennen.’